ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5172
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische besluitenregeling WAO in relatie tot privacy en eerlijk proces
De zaak betreft een geschil tussen DBN Groep B.V. (eiseres) en het Landelijk instituut sociale verzekeringen (verweerder) over een WAO-uitkeringsbesluit aan een werknemer van eiseres. Eiseres betwist de mate van arbeidsongeschiktheid en voert aan dat de medische besluitenregeling, die bepaalt dat alleen een arts-gemachtigde medische stukken mag inzien, in strijd is met artikel 6 en Pro 8 van het EVRM. Daarnaast stelt eiseres dat de regeling leidt tot een oneerlijke procespositie en schending van het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelt vast dat eiseres als niet-eigenrisicodrager toch belanghebbende is bij het besluit vanwege mogelijke premieverhogingen. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat eiseres niet verwijtbaar is dat zij geen bezwaar maakte tegen het oorspronkelijke besluit. Ten aanzien van het privacyargument concludeert de rechtbank dat de medische besluitenregeling niet onverbindend is, omdat eiseres niet wordt geraakt in een belang dat artikel 8 EVRM Pro beschermt en dat de regeling zodanig kan worden toegepast dat privacy wordt gewaarborgd.
De rechtbank bepaalt dat bepaalde medische stukken onleesbaar moeten worden gemaakt voordat deze aan eiseres worden verstrekt en dat arbeidskundige rapporten als gewone gedingstukken moeten worden ingediend. De procedure wordt heropend om de stukken op deze wijze aan te leveren, waarna eiseres de gelegenheid krijgt haar beroep aan te vullen. De rechtbank wijst het verzoek om openbare behandeling van de medische gegevens toe, mede vanwege het toezicht op de advocaat-gemachtigde.
De uitspraak benadrukt de balans tussen privacy van de werknemer en het recht op een eerlijk proces voor de werkgever, waarbij de medische besluitenregeling als evenwichtig wordt beschouwd mits zorgvuldig toegepast.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de medische besluitenregeling niet in strijd is met artikel 6 en 8 EVRM en heropent het onderzoek met aanpassing van de inzending van medische stukken.