ECLI:NL:RBAMS:2003:AM2598
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering openbaarmaking documenten vuurwerkramp Enschede wegens motiveringsgebrek
Verzoekster, een maatschap van besloten vennootschappen, verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) om openbaarmaking van diverse documenten met betrekking tot het toezicht en de opslag van vuurwerk, gerelateerd aan de vuurwerkramp te Enschede. Verweerder, TNO, weigerde openbaarmaking van een aantal documenten, stellende dat deze onder het interne beraad vielen zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, WOB.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de documenten als intern beraad aangemerkt konden worden, met name de brief van 14 augustus 1998. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat openbaarmaking de vrije gedachtewisseling binnen de betrokken bestuursorganen zou schaden. Daarnaast bevatte de brief ook feitelijke en wetenschappelijke gegevens die niet onder de uitzonderingsgrond van artikel 11 vielen Pro.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen acht weken een nieuwe beslissing te nemen. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank bepaalde tevens dat TNO het betaalde griffierecht aan verzoekster moest vergoeden.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij weigering van openbaarmaking en een terughoudende toepassing van de uitzonderingsgrond van artikel 11 WOB Pro, zeker in het kader van een ramp met grote maatschappelijke impact zoals de vuurwerkramp te Enschede.
Uitkomst: Het besluit van TNO om documenten niet openbaar te maken wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en onjuiste toepassing van artikel 11 WOB.