ECLI:NL:RBAMS:2005:AT5858
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Verzoek om inzage en overzicht van persoonsgegevens door financiële instelling
Verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 35 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om inzage in zijn bij Dexia verwerkte persoonsgegevens en een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm. Het verzoek omvatte onder meer kopieën van overeenkomsten, een beleggersprofiel, aankoopbewijzen, dividendafschriften, kredietwaardigheidsinventarisatie, en schriftelijke uitwerkingen van telefoongesprekken.
Dexia erkende dat zij persoonsgegevens van verzoeker verwerkt, onder meer in verband met een toetsing bij het Bureau Kredietregistratie en in een cliëntensysteem, maar stelde zich op het standpunt dat niet alle gevraagde documenten persoonsgegevens bevatten of dat afgifte daarvan niet noodzakelijk was. Tevens voerde Dexia aan dat het verzoek misbruik van bevoegdheid zou zijn en dat het verzoek tot onevenredige administratieve lasten zou leiden.
De rechtbank oordeelde dat Dexia verplicht is verzoeker binnen vier weken mede te delen of zijn persoonsgegevens worden verwerkt en hem een volledig overzicht daarvan te verstrekken, inclusief doel, categorieën van gegevens, ontvangers en herkomst. Dit geldt zeker voor de toetsing bij het Bureau Kredietregistratie en het cliëntensysteem. Kopieën van alle documenten hoeft Dexia niet te verstrekken, tenzij dit noodzakelijk is. Verzoeker had geen voldoende belang bij extra kopieën van reeds in bezit zijnde documenten. Het beroep van Dexia op misbruik van bevoegdheid en administratieve lasten werd verworpen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en een dwangsom opgelegd voor het geval Dexia niet binnen de gestelde termijn voldoet.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld binnen vier weken te melden of persoonsgegevens van verzoeker worden verwerkt en een volledig overzicht daarvan te verstrekken, met een dwangsom voor niet-naleving.