ECLI:NL:RBAMS:2005:AT7743
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- W.J.A.M. van Brussel
- J.M. Legeland
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar tijdens proeftijd wegens onvoldoende functioneren niet zorgvuldig
Eiser was voor twee jaar aangesteld in tijdelijke algemene dienst van het Rijk en werd tussentijds ontslagen wegens onvoldoende functioneren. Tijdens een functioneringsgesprek in juni 2002 werd afgesproken dat medio november 2002 een beoordeling zou plaatsvinden om te bepalen of hij de functie-eisen op M1-niveau had gehaald. In oktober 2002 stelde verweerder echter een negatieve beoordeling op en kondigde tussentijdse beëindiging aan, waarbij het dienstverband per 1 maart 2003 zou eindigen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid niet tot het ontslagbesluit had kunnen komen, omdat de afgesproken formele beoordeling in november niet is nagekomen zonder geldige reden. Eiser kreeg daardoor geen reële kans tot verbetering. Bovendien was de beoordeling niet zorgvuldig tot stand gekomen: slechts één informant werd geraadpleegd, er vond geen beoordelingsgesprek plaats en het formulier werd niet vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat verweerder de zorgvuldigheidsplicht heeft geschonden en dat het ontslagbesluit vernietigd moet worden. Tevens veroordeelt zij de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het tussentijdse ontslag wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en de arbeidsovereenkomst loopt door tot het einde van de aanstelling.