ECLI:NL:RBAMS:2005:AU4085
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging Wajong-uitkering bij verhuizing naar Duitsland
Verzoeker, volledig en blijvend arbeidsongeschikt, kreeg per 1 januari 1998 een Wajong-uitkering, die bij verhuizing naar het buitenland wordt beëindigd volgens artikel 17 van Pro de Wajong. Verzoeker verhuisde naar Duitsland, waarna de uitkering per 1 september 2005 werd stopgezet. De rechtbank constateert gerede twijfel over de rechtmatigheid van deze beëindiging, omdat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie zijn gesteld over de classificatie van de Wajong-uitkering als invaliditeitsuitkering onder Verordening 1408/71.
De rechtbank oordeelt dat het beëindigen van de uitkering in strijd kan zijn met Europese regelgeving, vooral omdat de Wajong ten onrechte in bijlage II bis van de verordening is opgenomen. Tevens is aannemelijk dat verzoeker door het stopzetten van de uitkering in financiële nood komt en dat hij in Duitsland geen aanspraak kan maken op vergelijkbare bijstand.
Gezien deze omstandigheden wordt het bestreden besluit en het primaire besluit geschorst tot zes weken na de uitspraak in de hoofdzaak. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De voorlopige voorziening voorkomt dat verzoeker onnodig financieel wordt benadeeld zolang de juridische onzekerheid voortduurt.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Wajong-uitkering wordt geschorst in afwachting van de hoofdzaak.