ECLI:NL:RBAMS:2006:AX1643
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering op grond van schending Nederlandse rechtsorde bij heroïnetransport
De Rechtbank Amsterdam behandelde op 12 mei 2006 een verzoek tot overlevering van een verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens betrokkenheid bij internationale handel in verdovende middelen. De verdachte, met Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Nederland, werd verdacht van deelname aan heroïnetransporten van Turkije naar Nederland via Duitsland.
Hoewel Duitsland garanties gaf dat een eventuele gevangenisstraf in Nederland kan worden uitgezeten en omgezet, oordeelde de rechtbank dat de feiten zich overwegend op Nederlands grondgebied hadden afgespeeld. De heroïne was bestemd voor de Nederlandse markt en Duitsland fungeerde slechts als transitland. Dit leidde tot een grove schending van de Nederlandse rechtsorde.
De rechtbank concludeerde dat niet aan alle voorwaarden van de Overleveringswet was voldaan, met name vanwege artikel 13 OLW Pro, dat overlevering weigert bij schending van de Nederlandse rechtsorde. Daarom werd de overlevering geweigerd, ondanks het belang van vervolging en de Duitse garanties.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte aan Duitsland wegens schending van de Nederlandse rechtsorde.