ECLI:NL:RBAMS:2006:AX8631
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- L.E. Kalff
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Overlevering opgeëiste persoon aan Zweden wegens illegale handel in verdovende middelen toegestaan
De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 mei 2006 een verzoek tot overlevering van een Zweedse verdachte aan Zweden op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Openbaar Ministerie te Malmö. Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar betrokkenheid bij illegale handel in verdovende middelen, een feit dat deels op Nederlands grondgebied zou hebben plaatsgevonden.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet als verdachte in het Zweedse onderzoek naar voren komt en dat de overlevering geweigerd moet worden omdat het zwaartepunt van het strafbare feit in Nederland ligt. Ook werd verzocht om aanvullende informatie en stukken van de Zweedse autoriteiten, welke de rechtbank niet relevant achtte.
De rechtbank oordeelde dat zij slechts hoeft vast te stellen dat het EAB betrekking heeft op een strafbaar feit volgens Zweeds recht en dat het aanhoudingsbevel rechtsgeldig is. De belangenafweging tussen Nederland en Zweden leidde tot de conclusie dat de overlevering niet geweigerd hoeft te worden, mede gelet op de woonplaats, nationaliteit en het resocialisatiebelang van de verdachte.
De rechtbank wees het verweer van de verdediging af en besloot tot toestemming van de overlevering. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Zweden toe voor strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen.