ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4017
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Interlocutoir vonnis over Europees aanhoudingsbevel en terugkeergarantie bij overlevering aan Duitsland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 november 2006 een vordering tot overlevering van een Duitse staatsburger aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens vermeende drugshandel. De verdachte woont en werkt in Nederland en voert verweer tegen overlevering, onder meer vanwege haar persoonlijke omstandigheden en de mogelijke gevolgen van overlevering.
De rechtbank constateerde dat de feiten deels in Nederland zijn gepleegd, wat een weigeringsgrond kan vormen, maar besloot af te zien van deze grond vanwege het belang van goede rechtsbedeling en de voorkeur voor berechting in Duitsland. De verdachte stelde een klacht in ex artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering, maar dit staat de overlevering niet in de weg.
Belangrijk in deze zaak is de terugkeergarantie van de Duitse autoriteiten, die toezeggen dat de verdachte na een veroordeling in Duitsland op haar verzoek naar Nederland kan terugkeren om de straf uit te zitten. De raadsman uitte twijfels over de praktische uitvoering van deze garantie, met name over het beleid in Beieren.
De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen en te schorsen om de officier van justitie de gelegenheid te geven bevestiging te verkrijgen van de Duitse autoriteiten dat de terugkeergarantie daadwerkelijk voldoende zekerheid biedt. De zaak wordt op 8 december 2006 voortgezet.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst om zekerheid te verkrijgen over de terugkeergarantie na overlevering aan Duitsland.