ECLI:NL:RBAMS:2006:AX9227
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek over verblijfspositie opgeëiste persoon bij Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een Duitse staatsburger op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon heeft geen verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in Nederland, maar stelt als EU-burger rechtmatig in Nederland te verblijven.
De officier van justitie betwist de toepassing van artikel 6 van Pro de Overleveringswet (OLW) op de opgeëiste persoon omdat hij geen Nederlandse nationaliteit heeft en geen verblijfsvergunning bezit. De raadsman voert aan dat de opgeëiste persoon als EU-burger dezelfde bescherming moet genieten als een Nederlander.
De rechtbank constateert dat het onderzoek naar de verblijfspositie niet volledig is en beveelt de opgeëiste persoon aan om nadere informatie te verstrekken over zijn verblijf en werkzaamheden in Nederland. Dit is noodzakelijk om te beoordelen of het begrip 'ingezetene' in het kaderbesluit van de EU op hem van toepassing is en of prejudiciële vragen aan het HvJ-EU moeten worden gesteld.
De rechtbank schorst het onderzoek tot de opgeëiste persoon de gevraagde informatie heeft verstrekt en de officier van justitie daarop heeft kunnen reageren.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en schorst de procedure om de verblijfspositie van de opgeëiste persoon nader te onderzoeken.