ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ1411
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering aan Italië ondanks verweren ontvankelijkheid en termijnoverschrijding
De rechtbank Amsterdam heeft op 10 oktober 2006 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon wordt verdacht van betrokkenheid bij illegale handel in verdovende middelen. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder schending van de Nederlandse Grondwet, termijnoverschrijding bij de indiening van de vordering, onduidelijkheid van het EAB, lopende strafvervolging in Nederland, en mogelijke schendingen van artikel 3 en Pro 6 EVRM.
De rechtbank oordeelde dat het kaderbesluit EAB niet in strijd is met de Grondwet en dat de overschrijding van de termijn in artikel 23 OLW Pro niet leidt tot beëindiging van de vrijheidsbeneming omdat de opgeëiste persoon niet in detentie is. De omschrijving van de feiten in het EAB is voldoende duidelijk en de verdediging dient bewijsverweren in Italië te voeren. Er is geen sprake van lopende vervolging in Nederland die overlevering in de weg staat. Ook de stelling dat het soevereiniteitsbeginsel is geschonden door telefoontaps werd verworpen, evenals de verweren over mogelijke schendingen van artikel 3 en Pro 6 EVRM.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering is voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Italië toe ondanks verweren over ontvankelijkheid en termijnoverschrijding.