ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ3124
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde van drie woningen niet verlaagd ondanks huisvestingsverordening
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarden van drie woningen per 1 januari 2003, stellende dat de gemeentelijke huisvestingsverordening de verkoopmogelijkheden beperkt en daardoor de waarde zou drukken. Hij voerde aan dat de woningen tot de niet-geliberaliseerde woningvoorraad behoren en dat de huur- en verkoopbeperkingen een waardereductie van 40% rechtvaardigen.
Verweerder stelde dat de huisvestingsverordening geen beperkingen oplegt aan de kring van potentiële kopers en dat de vraag naar betaalbare koopwoningen in de gemeente groot blijft. Verweerder onderbouwde de WOZ-waarden met taxatieverslagen en vergelijkingsobjecten, ook al waren die gesplitst en geliberaliseerd.
De rechtbank overwoog dat de Wet WOZ uitgaat van een fictie dat de volle eigendom overdraagbaar is, ongeacht feitelijke splitsingsbeperkingen. De huisvestingsverordening beperkt niet de kring van gegadigden, noch het genot van de woningen zodanig dat dit een waardedrukkend effect heeft. De vergelijkingsobjecten waren voldoende representatief en de verschillen in verkoopprijzen onvoldoende significant om een lagere waarde te rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de vastgestelde WOZ-waarden van € 174.000 per woning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de vastgestelde WOZ-waarden van de woningen.