ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ7100
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering verdachte ontuchtige handelingen minderjarige aan Slovenië
De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 december 2006 de vordering tot overlevering van een verdachte aan Slovenië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte wordt verdacht van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar, waarbij hij misbruik maakte van zijn positie als ouderfiguur.
De rechtbank onderzocht of het feit strafbaar is volgens zowel Sloveens als Nederlands recht en of aan de vereisten van de Overleveringswet is voldaan. Hoewel het EAB het feit ook kwalificeerde onder seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, oordeelde de rechtbank dat dit onterecht was omdat geen sprake was van economische exploitatie.
De verdediging voerde aan dat bepaalde handelingen niet strafbaar waren volgens Nederlands recht, maar dit werd niet gevolgd. De rechtbank concludeerde dat het feit wel degelijk strafbaar is en dat de verdachte niet onschuldig is verklaard. De overlevering werd daarom toegestaan zonder mogelijkheid tot gewoon rechtsmiddel.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Slovenië toe wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige.