ECLI:NL:RBAMS:2009:BL1598
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering wegens seksuele uitbuiting van kinderen ondanks verjaring en rechtsmachtdiscussie
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Britse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Judge of the Crown Court te Bournemouth. Het EAB betrof ernstige strafbare feiten inzake seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie uit de vroege jaren 1990.
De rechtbank herzag eerdere uitspraken waarin werd gesteld dat voor het lijstfeit seksuele uitbuiting van kinderen economische exploitatie vereist is. Nu werd geoordeeld dat ook seksuele activiteiten met kinderen zonder economische exploitatie onder dit lijstfeit kunnen vallen, mits deze gepaard gaan met dwang, geweld, bedreiging, misbruik van vertrouwen of beloning. Dit volgt uit het Kaderbesluit en de wetsgeschiedenis.
De verdediging voerde onder meer aan dat de vervolging was verjaard volgens Nederlands recht en dat Nederland geen rechtsmacht kon uitoefenen over de feiten omdat artikel 5a Wetboek van Strafrecht pas in 2002 in werking trad. De rechtbank oordeelde dat verjaring slechts kan gelden indien Nederland daadwerkelijk rechtsmacht had, wat hier niet het geval was. Ook het verweer dat Groot-Brittannië het vervolgingsrecht had verspeeld werd verworpen.
Gelet op de feitelijke en juridische omstandigheden, en het ontbreken van een rechtsmiddel tegen deze beslissing, besloot de rechtbank de overlevering van de verdachte aan de Britse autoriteiten toe te staan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Groot-Brittannië toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar seksuele uitbuiting van kinderen.