ECLI:NL:RBAMS:2007:BA2747
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbod en ontbinding Stichting Hells Angels Holland wegens onvoldoende bewijs strafbare werkzaamheid
Het Openbaar Ministerie verzocht de rechtbank om Stichting Hells Angels Holland te verbieden en te ontbinden op grond van vermeende criminele activiteiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie, wapenbezit en discriminatie. De stichting werd verdacht van het faciliteren en leiden van criminele gedragingen binnen de Nederlandse Chapters van de Hells Angels.
De rechtbank stelde vast dat de Stichting Holland sinds 1 november 2006 formeel ontbonden was en daarom niet opnieuw ontbonden kon worden, maar wel verboden verklaard kon worden. De rechtbank onderzocht of de stichting zelf strafbare gedragingen tot haar werkzaamheid had gemaakt en of die werkzaamheid in strijd was met de openbare orde.
Uit het dossier bleek dat de stichting een slapend bestaan leidde, geen beleid voerde, geen vergaderingen hield en geen leiding gaf aan de Chapters of andere rechtspersonen. Hoewel bestuursleden wapens in hun woningen hadden, was niet gebleken dat de stichting dit toestond of structureel aanvaardde. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de stichting zich schuldig maakte aan discriminatie.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende feiten en omstandigheden waren gesteld die een verbod van de stichting rechtvaardigden. Het verzoek van het Openbaar Ministerie werd daarom afgewezen en het OM werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot verbod en ontbinding van Stichting Hells Angels Holland wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van strafbare werkzaamheid.