ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3916
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Effectenlease-overeenkomsten: zorgplicht, huurkoop en vernietiging wegens ontbreken toestemming echtgenoot
In deze zaak vorderen eisers de vernietiging van vijf effectenlease-overeenkomsten gesloten met Dexia Bank Nederland N.V. wegens dwaling en het ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenoot zoals vereist op grond van art. 1:88 en Pro 1:89 BW. De rechtbank kwalificeert de lease-overeenkomsten als huurkoop en bevestigt dat de kantonrechter bevoegd is.
Eisers stellen dat Dexia tekort is geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende informatie te verstrekken over de risico's van de beleggingen en het nalaten van een cliëntenprofielonderzoek. Dexia betwist dit en voert onder meer aan dat de vorderingen verjaard zijn en dat de lease-overeenkomsten niet als huurkoop kwalificeren.
De rechtbank overweegt dat Dexia gehouden is aan de zorgplicht uit de Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer 1999 en dat het ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenoot de vernietigbaarheid van de overeenkomsten tot gevolg kan hebben. De rechtbank stelt een categoraal model vast voor de verdeling van het nadeel tussen Dexia en de afnemers, afhankelijk van hun beleggingservaring, inkomen en vermogen.
De rechtbank gelast partijen om aanvullende gegevens en stukken te overleggen en bepaalt een comparitie om nadere inlichtingen te verkrijgen en een schikking te beproeven. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere gegevens en comparitie om de geschillen over effectenlease-overeenkomsten verder te behandelen.