ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5809
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.H.J. Puite
- F.J.P. Lock
- C.J. van der Wilt
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na afpersingen in Amsterdam en Bussum
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 mei 2007 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die werd verdacht van meerdere afpersingen. De veroordeelde werd eerder veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor afpersing gepleegd in Amsterdam en Bussum.
De officier van justitie vorderde ontneming van een bedrag van ruim 2,18 miljoen euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank stelde het bedrag vast op circa 1,9 miljoen euro, waarbij het volledige bedrag dat verband hield met de afpersing van slachtoffer 1 (ongeveer 1,8 miljoen euro) integraal werd toegewezen. Dit ondanks dat een deel van het geld mogelijk bij anderen terechtkwam, wat voor rekening en risico van de veroordeelde kwam.
Voor de afpersing van slachtoffer 2 werd slechts een deel van de gevorderde bedragen toegewezen, omdat voor andere bedragen onvoldoende bewijs bestond dat de veroordeelde deze afpersingen had gepleegd of daadwerkelijk voordeel had genoten. Ook de vordering tot ontneming van een bedrag van 90.000 euro wegens bedreiging werd afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het strafvonnis, financieel proces-verbaal en jurisprudentie van de Hoge Raad. De maatregel tot ontneming werd opgelegd op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van EUR 1.905.876,04 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.