ECLI:NL:RBAMS:2007:BA6900
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- T. van Muijden
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij beëindiging bijstand minderjarige vreemdelingen wegens Rvb-regeling
Verzoeksters, minderjarige vreemdelingen met Marokkaanse nationaliteit, zagen hun bijstand per 1 januari 2007 beëindigd vanwege de nieuwe Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb), uitgevoerd door het COA. De Rvb wordt door verweerder als passende en toereikende voorliggende voorziening beschouwd, maar verzoeksters betogen dat deze regeling niet voorziet in woonkosten.
De rechtbank overweegt dat de Rvb een uitputtende regeling beoogt, maar dat woonkosten volgens het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) tot de noodzakelijke bestaansvoorwaarden behoren. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft eerder geoordeeld dat woonkosten in individuele gevallen moeten worden meegewogen.
De rechtbank concludeert dat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat de Rvb toereikend is zonder woonkosten te dekken. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij voorschotten voor woonkosten worden toegekend. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoeksters vergoed.
De bodemzaak wordt verwezen naar een meervoudige kamer voor verdere behandeling, waarbij spoedige agendering wordt bevorderd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en bepaalt dat voorschotten voor woonkosten worden toegekend aan verzoeksters.