ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1955
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Effectenleaseovereenkomsten en zorgplicht van bank bij lease van aandelen
De zaak betreft twee effectenleaseovereenkomsten tussen eiser en Labouchere, rechtsvoorganger van Dexia, waarbij aandelen werden geleased. Eiser vordert nietigheid van de overeenkomsten wegens ontbreken van toestemming van zijn echtgenote en dwaling, en stelt dat Dexia tekort is geschoten in haar zorgplicht. Dexia betwist deze stellingen en voert onder meer verjaring aan.
De rechtbank kwalificeert de leaseovereenkomsten als huurkoop en stelt vast dat Dexia aansprakelijk is voor het handelen van haar tussenpersoon. Het beroep op nietigheid wegens ontbreken van toestemming wordt verworpen wegens verjaring. Het beroep op dwaling wordt afgewezen omdat eiser de overeenkomsten zorgvuldig had moeten lezen en zich bewust had moeten zijn van de risico’s.
De rechtbank oordeelt dat Dexia haar zorgplicht niet is nagekomen door onvoldoende te informeren over de risico’s en onvoldoende onderzoek te doen naar de financiële positie van eiser. Dexia is daarom voor 75% aansprakelijk voor het nadeel, dat wordt berekend op basis van de betaalde termijnen minus de waarde van de effecten en dividenden. De vorderingen van Dexia in reconventie worden afgewezen.
Dexia wordt veroordeeld tot betaling aan eiser van in totaal € 4.184,18 plus wettelijke rente en tot het verwijderen van de BKR-registratie. De overige vorderingen van eiser worden afgewezen. De proceskosten worden aan Dexia opgelegd.
Uitkomst: Dexia is voor 75% aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van € 4.184,18 plus rente en verwijdering BKR-registratie.