ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4137
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing ingezetenschap en ouderdomspensioen bij vertrek naar Canada
Eiser vertrok in december 1956 naar Canada en vroeg later een ouderdomspensioen aan. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank (Svb), wees dit af omdat eiser volgens hen niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd vanaf zijn vertrek. De rechtbank stelde vast dat het niet vaststond dat het vertrek definitief was en dat de intentie van eiser en de geleidelijke verdwijning van het ingezetenschap nader onderzocht moesten worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit niet zorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had gemotiveerd, onder meer doordat geen onderzoek was gedaan naar de sociale en economische banden van eiser met Nederland na vertrek. Het beleid van verweerder dat het ingezetenschap per definitie eindigt bij vertrek werd door de rechtbank verworpen als onjuist.
Voor het tijdvak tot 3 maart 2005 handhaafde de rechtbank het besluit vanwege het ontbreken van nieuwe feiten (nova). Voor de toekomst echter, omdat het om een duuraanspraak gaat, toetste de rechtbank minder terughoudend en vernietigde het besluit gedeeltelijk. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het betaalde griffierecht werd aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale Verzekeringsbank wordt gedeeltelijk vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.