ECLI:NL:RBAMS:2007:BB9197
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Lease-overeenkomst vernietigd wegens schending zorgplicht en nadeelverdeling
Eiser sloot in april 2000 een lease-overeenkomst met Labouchere, later Dexia, voor aandelenlease met een looptijd van 240 maanden. Ter financiering werd een depot geopend waarin eigen spaargeld werd belegd. Het depot raakte in oktober 2003 uitgeput, waarna eiser nog betalingsverplichtingen had. In 2004 werd de lease-overeenkomst beëindigd met een restschuld die eiser financierde via hypotheekverhoging.
Eiser stelde dat Dexia dwaling, misbruik van omstandigheden en wanprestatie beging, en dat Dexia tekortschiet in haar zorgplicht door onvoldoende te waarschuwen voor de risico’s van de depotconstructie. Dexia betwistte deze stellingen en aansprakelijkheid, evenals de omvang van de schade.
De rechtbank oordeelde dat Dexia aansprakelijk is voor de gedragingen van de tussenpersoon en haar zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor de risico’s. De schade werd berekend en verdeeld: het waardeverlies van het depot volledig voor rekening van Dexia, 85% van de maandtermijnen en restant hoofdsom voor Dexia, en 15% voor eiser. De financieringskosten van het depot blijven voor rekening van eiser.
De rechtbank veroordeelde Dexia tot terugbetaling van € 25.558,18 plus wettelijke rente en in de proceskosten, en wees de overige vorderingen af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot betaling van € 25.558,18 plus wettelijke rente en proceskosten wegens schending van de zorgplicht bij effectenlease.