ECLI:NL:RBAMS:2007:BD1911
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ongewenstverklaring EU-burger wegens strijd met gemeenschapsrecht en veroordeling diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, een Litouwse EU-burger zonder vaste verblijfplaats in Nederland, die was vervolgd voor het overtreden van artikel 197 Sr Pro (verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling) en voor diefstal van een appel en twee flesjes bier uit de Openbare Bibliotheek.
De ongewenstverklaring van verdachte door de minister in maart 2006 was gebaseerd op nationale wetgeving en beleidsregels die niet voldeden aan de strengere toetsingscriteria van het gemeenschapsrecht, zoals neergelegd in richtlijn 64/221 en bevestigd door het arrest van het Hof van Justitie van 7 juni 2007. Hierdoor was de beschikking evident onjuist en niet genomen op grond van een wettelijk voorschrift zoals vereist voor vervolging op grond van artikel 197 Sr Pro.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging, maar dat het bestanddeel van de tenlastelegging omtrent de wettelijke grondslag niet bewezen kon worden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de overtreding van artikel 197 Sr Pro.
Ten aanzien van de diefstal van 1 oktober 2007 achtte de rechtbank bewezen dat verdachte met wederrechtelijk oogmerk een appel en twee flesjes bier had weggenomen uit de bibliotheek. Verdachte bekende dit feit en werd daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken, met aftrek van voorarrest.
De rechtbank benadrukte dat de strafrechter uitgaat van de formele rechtskracht van bestuursrechtelijke besluiten, maar in bijzondere gevallen zoals deze kan daarvan worden afgeweken. De zaak illustreert de spanning tussen bestuursrechtelijke beslissingen en strafrechtelijke vervolging bij EU-burgers die onterecht ongewenst zijn verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van overtreding artikel 197 Sr en veroordeeld tot 4 weken gevangenisstraf voor diefstal.