ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1665
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- M.F.J.M. de Werd
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij overdracht tenuitvoerlegging Portugese gevangenisstraf voor medeplegen handel in cocaïne
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot tenuitvoerlegging van een Portugese gevangenisstraf van elf jaar wegens medeplegen van handel in ruim 736 kilo cocaïne. De veroordeelde, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, was overgebracht op grond van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen.
De rechtbank onderzocht of de veroordeelde in Portugal na het uitzitten van de helft van zijn straf in vrijheid zou zijn gesteld, gelet op een wetswijziging en voorwaarden voor voorwaardelijke invrijheidstelling. De Portugese autoriteiten bevestigden dat de veroordeelde onder voorwaarden na de helft van de straf in aanmerking zou komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling.
De officier van justitie stelde dat het waarschijnlijk is dat de veroordeelde pas na het uitzitten van twee derde van de straf in vrijheid zou worden gesteld vanwege de aard van het delict en eerdere veroordelingen. De rechtbank oordeelde echter dat er een redelijke kans bestaat dat de veroordeelde na de helft van de straf in vrijheid zou zijn gesteld en hield bij de strafoplegging rekening met deze datum.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 100 maanden op, met aftrek van de tijd die de veroordeelde in Portugal en Nederland in voorlopige hechtenis en tenuitvoerlegging heeft doorgebracht. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de tenuitvoerlegging toelaatbaar en legt een gevangenisstraf van 100 maanden op met aftrek van reeds doorgebrachte detentietijd.