ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1669
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing onttrekkingsvergunning voor acht woningen ondanks beleidsregels
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil over de onttrekking van acht huurwoningen aan de woningvoorraad in Amsterdam. Het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel had in afwijking van het geldende beleid een vergunning verleend voor deze onttrekking, onder voorwaarde van financiële compensatie. Eiser, huurder van één van de woningen, stelde dat zijn belang niet voldoende was betrokken en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk belanghebbende was als huurder en omwonende en daarmee ontvankelijk in het beroep. De kern van het geschil betrof de vraag of het bestuursorgaan in redelijkheid mocht afwijken van het beleid dat onttrekking van woningen onder de IHS-grens in principe niet toestaat. De rechtbank stelde vast dat bijzondere omstandigheden, zoals de slechte staat van de woningen, eerdere vergunningen voor sloop en bouw, en het feit dat zes woningen gekraakt waren, een afwijking rechtvaardigden.
Ook vond de rechtbank dat het bestuursorgaan voldoende had gemotiveerd waarom de belangen van vergunninghouder zwaarder wogen dan het belang van het behoud van de woningvoorraad. De voorwaarde van financiële compensatie droeg bij aan het afwegen van belangen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vergunning bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de onttrekkingsvergunning blijft van kracht.