ECLI:NL:RVS:2005:AS2173
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen onttrekkingsvergunning woning Tilburg
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende op 19 februari 2003 aan TBV Wonen een vergunning voor het onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat appellante 2 niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat haar vrees voor precedentwerking en verloedering van de buurt niet leidt tot een persoonlijk belang. Het hoger beroep van appellante 2 wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Voor appellante 1 geldt dat het besluit betrekking heeft op de woning die zij bewoont, waardoor zij een rechtstreeks belang heeft en als belanghebbende moet worden aangemerkt. Het college heeft haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep van appellante 1 wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het haar betreft, en het besluit van het college tot niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar eveneens vernietigd.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellante 1.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante 1 wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar vernietigd.