ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6606
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks eerdere intrekking uitleveringsverzoek
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een Marokkaanse man met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Een eerder Italiaans uitleveringsverzoek werd ingetrokken vanwege het ontbreken van een WOTS-garantie, maar dit stond niet in de weg aan het huidige EAB. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan en stelde dat de opgeëiste persoon gerechtvaardigd vertrouwen had op niet-uitlevering, mede vanwege een faxbericht uit 2005.
De rechtbank oordeelde dat de fax niet als toezegging kon worden gezien en dat er geen wettelijk beletsel is om meerdere EAB's uit te vaardigen voor hetzelfde feitencomplex. De opgeëiste persoon kon aanspraak maken op een terugkeergarantie, die inmiddels was verstrekt, waardoor zijn rechtspositie niet langer benadeeld werd. Verweren over schending van het recht op een ongestoord familie- en gezinsleven en redelijke termijn werden gepasseerd, mede omdat Italië effectieve rechtsmiddelen biedt.
De feiten betreffen illegale handel in verdovende middelen in Italië, strafbaar gesteld onder de Italiaanse wetgeving en overeenkomstig Nederlandse wetgeving. De rechtbank stelde vast dat de strafbare feiten deels in Nederland zijn gepleegd, maar dat de officier van justitie in redelijkheid tot haar vordering tot overlevering kon komen. De overlevering werd toegestaan zonder mogelijkheid tot gewoon rechtsmiddel.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Italië toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.