ECLI:NL:RBAMS:2009:BH3059
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over omrekenkoers gulden naar euro bij AOW-pensioen
Eiser vordert verhoging van zijn AOW-pensioen met 10%, stellende dat de omrekenkoers tussen gulden en euro onjuist is vastgesteld en dat de politieke besluitvorming hierover gebrekkig was. Hij beroept zich op uitspraken van betrokkenen en op schending van de Grondwet.
De rechtbank stelt vast dat de omrekenkoers van 2,20371 gulden per euro is vastgelegd in EG-Verordening 2866/98 en dat de wetgever deze koers heeft toegepast bij de omzetting van bedragen naar euro’s. De rechtbank benadrukt dat zij niet bevoegd is om de rechtmatigheid van wetgeving of politieke besluitvorming te toetsen, hetgeen voorbehouden is aan de wetgever en het parlement.
De rechtbank wijst het beroep af omdat het bestreden besluit in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen, en de aangevoerde gronden geen rechtsgrond bieden voor vernietiging. Ook het beroep op de Grondwet faalt omdat toetsing van wetten aan de Grondwet niet tot de taak van de rechter behoort. De rechtbank wijst erop dat politieke en economische kwesties niet door de rechter worden beoordeeld en dat eiser zich tot de politiek moet wenden.
Er is geen aanleiding voor kostenveroordeling en er wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het AOW-pensioen op basis van de officiële omrekenkoers wordt ongegrond verklaard.