ECLI:NL:CRVB:2010:BO4026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om verhoging AOW-pensioen wegens juiste omrekenkoers euro
Appellant verzocht om een verhoging van zijn AOW-pensioen en een nabetaling vanaf 1 januari 2002, stellende dat de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onjuiste omrekenkoers van guldens naar euro’s had gehanteerd bij de overgang naar de euro.
De Svb wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de gehanteerde omrekenkoers niet correct was en vorderde tevens een schadevergoeding.
De Raad overwoog dat de hoogte van het AOW-pensioen is gebaseerd op het netto minimumloon, dat per 1 januari 2002 krachtens de Aanpassingswet euro en Europese verordeningen is omgerekend met de vaste koers van 1 euro = 2,20371 gulden. De Raad benadrukte dat zij niet bevoegd is om de innerlijke waarde of billijkheid van de wet of verordeningen te toetsen. Omdat appellant geen strijd met internationaal recht had gesteld, kon de Raad niet ingaan op de juistheid van de omrekenkoers.
De Raad concludeerde dat de Svb het pensioen correct had vastgesteld en dat het hoger beroep niet slaagde. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de gevorderde schadevergoeding werd niet behandeld. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van het AOW-pensioen en nabetaling wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.