ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5931
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte drugsfeiten met uitzondering softdrugsvoorbereidingshandeling
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor verschillende druggerelateerde feiten.
De feiten betroffen onder meer bezit van hasj, poging tot handel in drugs, en deelname aan een criminele organisatie. De verdachte ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen. De rechtbank oordeelde dat de feiten, behalve een voorbereidingshandeling met betrekking tot softdrugs (marihuana), strafbaar zijn volgens zowel Belgisch als Nederlands recht.
De verdediging voerde aan dat de voorbereidingshandeling softdrugs niet strafbaar is in Nederland en dat er sprake zou zijn van dubbele overlevering voor dezelfde feiten. De rechtbank verwierp deze verweren, aangezien het om verschillende feiten gaat en de Opiumwet voorbereidingshandelingen softdrugs niet strafbaar stelt.
De rechtbank stelde vast dat de overlevering aan België de voorkeur heeft vanwege het lopende omvangrijke onderzoek aldaar en de concentratie van bewijsmiddelen. Met inachtneming van de terugkeergarantie en omzettingsprocedure wordt de overlevering toegestaan, behalve voor het feit betreffende de voorbereidingshandeling softdrugs.
Uitkomst: Overlevering aan België toegestaan voor drugshandel en deelname aan criminele organisatie, behalve voor voorbereidingshandeling softdrugs.