ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2606
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na onvoorwaardelijk sepot en beoordeling ontvankelijkheid verzoek ex artikel 89 Sv
Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 89 Sv Pro tot vergoeding van schade en kosten na een onvoorwaardelijk sepot van haar strafzaak. De officier van justitie stelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de termijn van drie maanden na het sepot, omdat de sepotbrief op 7 juli 2008 was verzonden en het verzoekschrift pas op 18 november 2008 was ingediend.
De rechtbank overwoog dat een onvoorwaardelijk sepot de zaak beëindigt in de zin van artikel 89 Sv Pro, gelijk aan een kennisgeving niet (verdere) vervolging. De termijn van drie maanden vangt aan op het moment dat het sepot ter kennis van verzoekster komt. Aangezien verzoekster en haar raadsvrouw pas op 4 september 2008 van het sepot op de hoogte waren, werd het verzoek tijdig ingediend en ontvankelijk verklaard.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €95,- voor één dag inverzekeringstelling op een politiebureau, conform het oude normbedrag, en een vergoeding van €540,- voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift. Het verzoek tot een hoger bedrag werd afgewezen omdat de verhoogde normbedragen pas na 1 september 2008 gelden en verzoekster op 5 juli 2008 in verzekering was gesteld.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoekster een schadevergoeding van €95,- en een kostenvergoeding van €540,- toe na een onvoorwaardelijk sepot.