ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3800
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Marcus
- M. Vaandrager
- P.S.L. Peters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bijstandsfraude wegens onvoldoende bewijs na bewijsuitsluiting onrechtmatig huisbezoek
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak over bijstandsfraude waarbij verdachte werd verdacht van het niet melden van een gezamenlijke huishouding met een ander persoon, wat van invloed was op zijn recht op bijstand. De zaak werd aangehouden en na bewijsuitsluiting van verklaringen en bankafschriften die voortkwamen uit een onrechtmatig huisbezoek, oordeelde de rechtbank dat onvoldoende bewijs overbleef om tot een bewezenverklaring te komen.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en beginselen van een behoorlijke procesorde, onder meer omdat het huisbezoek zonder informed consent was uitgevoerd en de daaruit verkregen verklaringen onder dwang waren afgelegd. De rechtbank verwierp het niet-ontvankelijkheidsverweer, maar stelde vast dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat de daarop gebaseerde bewijsmiddelen uitgesloten moesten worden van het bewijs, conform de leer van de fruits of the poisonous tree en de Saunders-jurisprudentie van het EHRM.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de bewijsuitsluiting de onrechtmatig verkregen informatie wel als basis kon dienen voor een redelijke verdenking en een strafrechtelijk onderzoek. Echter, na uitsluiting van het bewijs bleef onvoldoende bewijs over om verdachte te veroordelen. De verklaringen van getuigen en overige bewijs waren onvoldoende om het telastegelegde bewezen te verklaren. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De rechtbank bevestigde dat de intrekking van de uitkering door DWI geen punitieve sanctie is en dat strafrechtelijke vervolging naast de administratieve procedure mogelijk is. Tevens werd vastgesteld dat de verdachte niet bewezen kon worden dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met de betreffende persoon, mede vanwege onvoldoende bewijs van wederzijdse verzorging en financiële verstrengeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs na bewijsuitsluiting van verklaringen en bankafschriften die voortkwamen uit een onrechtmatig huisbezoek.