ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ2246
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens strijd met Awb en onvoldoende bewijs arbeid vreemdelingen
Eiseres kreeg een boete van €70.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door acht vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning (twv) in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was boetes op te leggen voor drie vreemdelingen, maar niet voor twee anderen omdat onvoldoende bewijs bestond dat zij arbeid verrichtten. Voor drie vreemdelingen was het bewijs onvoldoende onderbouwd, waardoor nader onderzoek nodig is.
De rechtbank constateert dat het boetebesluit is genomen in strijd met artikel 3:2 en Pro 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vanwege onvoldoende motivering en bewijs. Tevens is de redelijke termijn overschreden, wat aanleiding geeft tot matiging van de boete met 10%. De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit binnen zes weken, met matiging van boetes voor bepaalde vreemdelingen en herroeping van boetes voor anderen.
Hoewel verweerder een verzoek tot aanhouding van de zitting indiende, werd dit afgewezen omdat de uitnodiging correct was verzonden. De rechtbank ziet geen ruimte om zelf in de zaak te voorzien. De kosten van eiseres worden toegewezen en het griffierecht wordt vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met matiging en nader onderzoek.