ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3149
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen huisverbod na afloop termijn wegens huiselijk geweld
Eiser kreeg op 11 maart 2009 een huisverbod opgelegd na politieoptreden wegens huiselijk geweld. Het verbod verbood hem de woning te betreden en contact met zijn echtgenote en kinderen te hebben tot 21 maart 2009. Eiser stelde beroep in tegen het huisverbod, stellende dat het niet gebaseerd was op een ernstig en onmiddellijk gevaar en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was in zijn beroep omdat vernietiging van het huisverbod van belang was voor een strafrechtelijke vervolging wegens overtreding van het verbod. De feiten waarop het huisverbod was gebaseerd, waaronder bedreigingen en geweld tegen de echtgenote en aanwezigheid van kinderen, waren voldoende onderbouwd met proces-verbaal en risicotaxatie-instrument huiselijk geweld.
De rechtbank vond dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig was gemaakt en het huisverbod niet onevenredig was, mede vanwege de korte duur. Het contactverbod met de kinderen en de inbreuk op het privéleven waren proportioneel ter bescherming van de veiligheid. Het ontbreken van hulpverlening na het besluit deed hieraan niets af.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de rechtmatigheid en proportionaliteit van het huisverbod. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het huisverbod blijft in stand.