ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ8546
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na 23 dienstjaren met beperkte vergoeding vakantiedagen
De werknemer was van 1985 tot 2008 in dienst bij de werkgever en werd ontslagen na toestemming van het CWI vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege onvoldoende re-integratie en zware werkbelasting, en vorderde een vergoeding.
De werkgever betwistte de stellingen en erkende alleen de uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever zich als goed werkgever had gedragen, voldoende re-integratie-inspanningen had verricht en dat de werknemer onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van overbelasting.
Financieel had het ontslag wel gevolgen, maar de kantonrechter volgde het criterium dat eerst moet worden beoordeeld of het ontslag kennelijk onredelijk is, en pas daarna de vergoeding wordt vastgesteld. Gezien de financiële situatie van de werkgever en de doorbetaalde salarissen tijdens ziekte, werd de correctiefactor op nihil gesteld, waardoor geen vergoeding werd toegekend.
De kantonrechter kende wel een bedrag van €187,11 bruto toe voor niet-uitbetaalde vakantiedagen en compenseerde de proceskosten. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag afgewezen; beperkte vergoeding vakantiedagen toegekend.