ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1841
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H.E. van der Pol
- A.M.C. de Wit
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot adoptie vóór geboorte wegens wettelijke beperkingen en belang kind
Verzoeksters, een lesbisch stel waarbij de ene partner zwanger is door kunstmatige donorbevruchting, verzochten de rechtbank om de adoptie van het ongeboren kind door de andere partner uit te spreken vóór de geboorte. De rechtbank oordeelde dat artikel 1:230 lid 2 BW Pro, dat de adoptie regelt, geen ruimte laat voor adoptie vóór geboorte en dat het ongewenst is een adoptie uit te spreken van een kind dat nog niet geboren is.
De wetsgeschiedenis toont aan dat de wetgever beoogde de adoptie zoveel mogelijk gelijk te trekken met erkenning, waarbij terugwerkende kracht geldt tot de geboorte, maar niet eerder. Dit betekent dat adoptie vóór geboorte niet mogelijk is en dat de adoptie slechts terugwerkt tot het moment van geboorte van het kind. De rechtbank benadrukte dat de identiteit van het adoptiekind essentieel is bij de uitspraak en dat deze niet kan worden vastgesteld als het kind nog niet geboren is.
Verzoeksters voerden aan dat het verschil tussen erkenning en adoptie onwenselijk is en dat het belang van het kind en de ouders gelijkwaardig ouderschap rechtvaardigt om de adoptie vóór geboorte uit te spreken. De rechtbank erkende deze belangen maar volgde de letter en geest van de wet. De rechtbank hield de beslissing over de adoptie na geboorte aan, in afwachting van de geboorteakte.
Uitkomst: Het verzoek tot adoptie vóór geboorte is afgewezen; beslissing over adoptie na geboorte wordt aangehouden.