ECLI:NL:RBAMS:2010:BL6818
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- Y.A.A.G. de Vries
- A.J. Scheijde
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking rangschikking landgoed onder Natuurschoonwet 1928
Eiser had een landgoed, De Roek, dat per 12 januari 2005 onder de Natuurschoonwet 1928 was gerangschikt op basis van een beplantingsplan dat een voorwaardelijke rangschikking mogelijk maakte. Verweerder trok deze rangschikking in omdat het beplantingsplan niet binnen de gestelde termijn was uitgevoerd en het landgoed niet voldeed aan de eis van minimaal 30 procent houtopstanden die ten minste twee jaar aangeslagen moesten zijn.
Eiser voerde aan dat de eis van twee jaar aangeslagen houtopstanden verder ging dan de wetgever had bedoeld en dat hij mocht vertrouwen op nieuwe regelgeving die het beplantingsplan overbodig zou maken, mede op grond van uitlatingen van ambtenaren en ministeriële brieven. Tevens stelde hij dat de intrekking in strijd was met het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de regeling die gold op 12 januari 2005 van toepassing is en dat de latere regelgeving geen terugwerkende kracht heeft. De eis van twee jaar aangeslagen houtopstanden is volgens de Hoge Raad een juiste uitwerking van de wet. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezegging van het bevoegde gezag is gedaan. Ook het evenredigheidsbeginsel is niet geschonden omdat de intrekking het gevolg is van het eigen handelen van eiser.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het vonnis is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 9 februari 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de rangschikking van het landgoed wordt ongegrond verklaard.