ECLI:NL:RBAMS:2010:BL8132
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzonder geval voor terugwerkende kinderbijslag
Eiser heeft kinderbijslag aangevraagd met terugwerkende kracht van meer dan één jaar, stellende dat sprake is van een bijzonder geval. De rechtbank stelt vast dat het beleid van verweerder zich richt op omstandigheden die de verlate indiening van de aanvraag rechtvaardigen. De aangevoerde omstandigheden betreffen echter de relatie tussen eiser en zijn zoon en niet de reden van verlate aanvraag.
De rechtbank overweegt dat eiser bekend was met de aanvraagprocedure en geen omstandigheden heeft aangevoerd die hem verhinderden eerder een aanvraag in te dienen. Daarnaast verbleven de zoon en zijn moeder in 2006 in Ghana, waar geen recht op kinderbijslag bestaat volgens de Wet Beperking Export Uitkeringen en artikel 7b van de Algemene Kinderbijslagwet.
Daarom is het recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht beperkt tot één jaar voorafgaand aan de aanvraag, ingaand vanaf het eerste kwartaal van 2006. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het ingetrokken bestreden besluit I niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het beroep op kinderbijslag met terugwerkende kracht langer dan één jaar wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een bijzonder geval.