ECLI:NL:RBAMS:2009:BH4457
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag voor in Ghana wonende kinderen wegens Wet BEU exportbeperking
Eiseres ontving tot 1 januari 2003 kinderbijslag voor haar in Ghana wonende kinderen op grond van de overgangsregeling van de Wet BEU. Na beëindiging van deze regeling werd de kinderbijslag geweigerd. Eiseres stelde dat dit een verboden discriminatie vormde en een disproportionele inbreuk maakte op haar rechten onder het EVRM en IVRK.
De rechtbank oordeelde dat de Wet BEU correct werd toegepast en dat er geen sprake was van gelijke gevallen tussen Ghana en landen waaruitkeringen wel worden geëxporteerd, zoals Mexico. Het beroep op artikel 27 IVRK Pro werd verworpen omdat deze norm niet direct toepasbaar is zonder nationale regelgeving. Ook het beroep op artikel 1 EP Pro en artikel 14 EVRM Pro faalde omdat geen sprake was van een 'possession'.
Verder concludeerde de rechtbank dat de uitvoering van de Wet BEU niet leidde tot ongelijke behandeling gezien de verschillen tussen Ghana en Mexico en het ontbreken van een BEU-verdrag met Ghana. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank heropent het onderzoek voor een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het onderzoek wordt heropend voor een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.