ECLI:NL:RBAMS:2010:BL9929
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Eiseres stelde beroep in tegen een besluit van het UWV en vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De procedure bestond uit een bestuurlijke fase en twee rechterlijke behandelingen. De rechtbank oordeelde dat de totale rechterlijke behandelingsduur van zeven jaar en ruim een maand de redelijke termijn van vier jaar aanzienlijk overschreed.
De rechtbank onderscheidde het bestuurlijk aandeel, waarvoor reeds een vergoeding was toegekend, en het rechterlijk aandeel. De eerste rechterlijke behandeling duurde minder dan de redelijke termijn, maar de hernieuwde behandeling nam vijf jaar en drie maanden in beslag, wat een overschrijding van ruim drie jaar en negen maanden betekent.
De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van het UWV af en veroordeelde de Staat tot betaling van €2.500 aan eiseres voor het rechterlijk aandeel. Tevens werden proceskosten van €483 aan eiseres toegekend. De uitspraak benadrukt dat de redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedures in beginsel vier jaar bedraagt, met specifieke termijnen voor bezwaar, beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €2.500 aan eiseres wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase.