ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2433
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op verzoek tot hervatting bijstandsuitkering na kostgangersovereenkomst
Eiser had een bijstandsuitkering die werd ingetrokken omdat hij met zijn broer samenwoonde, wat volgens verweerder een gezamenlijke huishouding vormde. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het intrekkingsbesluit en bepaalde dat eiser vanaf 1 januari 2009 geen recht meer had op bijstand. Eiser diende vervolgens een verzoek in om de uitkering te herstellen op basis van een kostgangersovereenkomst met zijn broer, waarin zij een commerciële relatie vastlegden.
Verweerder besloot niet op dit verzoek te beslissen en verklaarde het bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde echter dat het verzoek van eiser als een aanvraag moest worden beschouwd en dat verweerder had moeten beslissen. Het niet beslissen en het afwachten van de bodemuitspraak terwijl verweerder nu het onweerlegbaar rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding tegen eiser wil inbrengen, is onzorgvuldig en strijdig met de bedoeling van de voorzieningenrechter.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een beslissing moet nemen op het verzoek van 12 mei 2009. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht. De beoordeling van de woonsituatie na 12 mei 2009 moet plaatsvinden, waarbij ook feitelijke omstandigheden en de aard van de relatie (zoals vergoeding voor huishoudelijke handelingen) meegewogen kunnen worden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkheid en beveelt verweerder binnen zes weken te beslissen op het verzoek tot hervatting van de bijstandsuitkering.