ECLI:NL:CRVB:2014:963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- M. Hillen
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig zijn en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en gaf op dat zij woonde op een adres in Leidschendam. Na een anonieme melding startte het college een onderzoek waaruit bleek dat zij niet op het opgegeven adres woonde en vermoedelijk een gezamenlijke huishouding voerde met een ander persoon. Het college trok de bijstand in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug.
Appellante diende meerdere aanvragen in die werden afgewezen omdat zij volgens het college een gezamenlijke huishouding voerde, waardoor zij geen recht had op bijstand als alleenstaande. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante haar niet-woonachtigheid en de gezamenlijke huishouding.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellante aan de sociale recherche en de getuigenverklaringen voldoende bewijs leverden dat zij niet op het opgegeven adres woonde. Ook was sprake van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling die een gezamenlijke huishouding rechtvaardigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. De Raad bevestigde de intrekking, terugvordering en afwijzing van de aanvragen en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.