ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2949
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstand ondanks late verblijfsvergunning en uitzondering op koppelingsbeginsel
Eiseres, geboren in Marokko en moeder van drie kinderen, waaronder twee met medische en begeleidingsbehoeften, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Hoewel zij pas op 11 februari 2009 een verblijfsvergunning kreeg, had de Staatssecretaris van Justitie haar reeds in december 2008 schriftelijk toegezegd van haar discretionaire bevoegdheid gebruik te maken en haar een vergunning te verlenen.
Verweerder weigerde aanvankelijk bijstand voor de periode vóór 11 februari 2009 vanwege het koppelingsbeginsel, dat stelt dat alleen rechtmatig verblijvende vreemdelingen bijstand kunnen krijgen. De rechtbank oordeelde echter dat in dit uitzonderlijke geval, waarin de verblijfsvergunning materieel al was toegezegd, het koppelingsbeginsel niet strikt toegepast kan worden.
De rechtbank stelde vast dat de situatie van eiseres en haar kinderen gedurende de betwiste periode niet wezenlijk was veranderd en dat de weigering van bijstand voor die periode onterecht was. De bestreden besluiten die bijstand weigerden werden vernietigd en verweerder werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten die bijstand weigerden en beveelt nieuwe besluiten te nemen waarbij bijstand wordt toegekend vanaf de eerste aanvraagdatum.