ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3369
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedure
Eiser diende een verzoek in tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure over zijn WAO-uitkering. Verweerder, het UWV, wees dit verzoek af op grond van beleid dat een schadevergoeding alleen toekent als het verzoek tijdig is ingediend tijdens de bezwaarprocedure of binnen zes weken na het primaire besluit.
De rechtbank stelde vast dat het materiële geschil over de WAO-uitkering was voorgelegd aan de rechter, waardoor het beleid van verweerder inzake vergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase niet van toepassing is. Eiser heeft de keuze om zich tot het bestuursorgaan, de bestuursrechter of de civiele rechter te wenden voor schadevergoeding.
De totale procedure duurde ruim zeven jaar, waarbij de bezwaarprocedure acht maanden duurde, wat twee maanden langer is dan de redelijke termijn van zes maanden. De rechtbank oordeelde dat eiser recht heeft op een vergoeding van €500 voor immateriële schade wegens deze overschrijding. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen. De rechtbank besloot zelf in de zaak te voorzien omdat het besluit op ondeugdelijke gronden was gebaseerd en slechts één rechtmatige beslissing mogelijk was.
Uitkomst: Eiser krijgt een vergoeding van €500 voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure.