ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7705
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na sepot en voorlopige hechtenis zonder strafoplegging
Verzoeker heeft van 9 augustus 2004 tot 15 september 2004 in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De zaak is op 15 oktober 2009 geseponeerd zonder oplegging van straf of maatregel. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 90 Sv Pro een schadevergoeding toegekend moet worden indien gronden van billijkheid aanwezig zijn, waarbij objectieve omstandigheden centraal staan.
De officier van justitie stelde dat ondanks het sepot ernstige verdenkingen tegen verzoeker bestonden en dat het sepot is gebaseerd op opportuniteitsgronden. De raadsman betoogde dat het blijven uitgaan van schuld na sepot de onschuldpresumptie schendt en dat verzoeker geen kans heeft gehad zijn onschuld te bewijzen. De rechtbank volgt de jurisprudentie van het EHRM en stelt dat de rechter zich niet mag uitlaten over schuld bij verzoeken om schadevergoeding na sepot, tenzij sprake is van onherroepelijke vrijspraak.
De rechtbank concludeert dat er geen aan verzoeker toe te rekenen omstandigheden zijn die het toekennen van schadevergoeding in de weg staan. Verzoeker krijgt een vergoeding van €2.665,- voor de geleden schade en €540,- voor de kosten van het verzoekschrift. De beslissing is genomen met inachtneming van het belang van billijkheid en de rechtmatigheid van de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verzoeker wordt een schadevergoeding van €2.665,- en een kostenvergoeding van €540,- toegekend wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis na sepot.