ECLI:NL:RBAMS:2010:BP3490
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot staking gebruik handelsnaam Nuon wegens ontbreken verwarringsgevaar
Eiser, bestuurder van de voormalige vennootschap Havenservice NUON B.V., vorderde dat N.V. Nuon het gebruik van de handelsnaam Nuon zou staken, stellende houder te zijn van een oudere handelsnaam. Hij stelde dat N.V. Nuon in strijd met de Handelsnaamwet handelt door sinds 1994 de naam Nuon te gebruiken.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had gesteld omtrent verwarringsgevaar, een vereiste volgens artikel 5 van Pro de Handelsnaamwet. Bovendien was niet vastgesteld dat de handelsnaam Havenservice NUON B.V. daadwerkelijk in het handelsverkeer werd gevoerd. De vennootschap was in 1992 failliet verklaard en opgeheven, waarna de handelsnaam verviel.
De rechtbank benadrukte dat handelsnaamrechten toekomen aan de rechtspersoon en niet aan diens bestuurder, ook al had eiser de naam verzonnen. Omdat de handelsnaam Nuon pas na het faillissement werd gebruikt door N.V. Nuon, was er geen sprake van strijd met een oudere handelsnaam.
De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Nuon kreeg geen volledige vergoeding van proceskosten omdat zij deze niet tijdig en voldoende had onderbouwd volgens de geldende procesregels.
Uitkomst: Vordering tot staking gebruik handelsnaam Nuon wordt afgewezen wegens ontbreken van verwarringsgevaar en onvoldoende bewijs van gebruik oudere handelsnaam.