ECLI:NL:RBAMS:2011:BP4375
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- G.P.C. Janssen
- J.C. Boeree
- Rechtspraak.nl
Beslissing over onderzoekswensen en preliminaire verweren na wraking rechtbank
Op 14 februari 2011 hield de rechtbank Amsterdam een terechtzitting in een strafzaak waarin het onderzoek opnieuw werd aangevangen na een gegrond verklaard wrakingsverzoek tegen de eerdere samenstelling van de rechtbank. De verdediging kreeg de mogelijkheid om preliminaire verweren en onderzoekswensen opnieuw in te dienen, waaronder het horen van getuigen en deskundigen. Het Openbaar Ministerie en de verdediging bespraken de toepassing van artikel 322 Wetboek Pro van Strafvordering, waarbij de rechtbank oordeelde dat beslissingen over eerder afgewezen verzoeken niet dwingend in stand hoeven te blijven.
De rechtbank beoordeelde de onderzoekswensen van de verdediging en wees de meeste verzoeken af, omdat onvoldoende is gemotiveerd waarom schriftelijke verklaringen niet volstaan en omdat het criterium van noodzaak niet werd gehaald. Ook verzoeken om islamdeskundigen te horen werden afgewezen, aangezien al voldoende schriftelijke verklaringen en deskundigenverklaringen in het dossier aanwezig waren. Wel besloot de rechtbank ambtshalve enkele getuigen te horen die betrokken waren bij een relevante bijeenkomst, omdat dit mogelijk van belang kan zijn voor de waarheidsvinding.
Daarnaast werd de positie van benadeelde partijen besproken, waarbij de rechtbank bevestigde dat bestaande benadeelde partijen schriftelijk op de hoogte moeten worden gesteld van toekomstige zittingen. Een verzoek om een persoon als benadeelde partij aan te merken werd afgewezen wegens gebrek aan nieuwe informatie. De rechtbank besloot het onderzoek voor onbepaalde tijd te schorsen en zal op een later moment beslissen over de verdere voortgang en het horen van getuigen.
Verdachte stemde niet in met oproeping via zijn raadsman, maar verklaarde bij elke zitting aanwezig te zullen zijn. De zitting was een regiezitting waarin procedurele en onderzoeksaspecten werden besproken, zonder inhoudelijke uitspraak over de tenlastelegging.
Uitkomst: Het onderzoek wordt opnieuw aangevangen met ruimte voor preliminaire verweren, maar veel onderzoeksverzoeken worden afgewezen; het onderzoek wordt geschorst voor onbepaalde tijd.