ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0961
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- M.M. van der Nat
- J.H.J. Evers
- C.W. Inden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gevangenhouding wegens onvoldoende bewijs poging verleiding minderjarigen en grooming
Op 11 april 2011 vond in de besloten raadkamer van de rechtbank Amsterdam een zitting plaats waarin de officier van justitie een vordering tot gevangenhouding indiende tegen verdachte. Verdachte werd verdacht van drie strafbare feiten: poging tot verleiding van minderjarigen, grooming en het voorhanden hebben van een wapen van categorie I.
De rechtbank beoordeelde de feiten en het bewijs zorgvuldig. Ten aanzien van poging tot verleiding bleek uit verklaringen van minderjarigen dat verdachte nooit seksuele voorstellen had gedaan en dat de vermeende handelingen onvoldoende ontuchtig waren om als strafbaar te worden gekwalificeerd. Voor grooming, strafbaar sinds 2010, was twijfel over de feitelijke leeftijd van de geadresseerde van de communicatie en de intentie van verdachte. De wetsgeschiedenis en ministeriële toelichting wezen erop dat strafbaarheid afhankelijk is van de intentie en de objectieve leeftijd, en dat in dit geval de kans reëel was dat geen strafbaar feit was gepleegd.
Wat betreft het voorhanden hebben van een verboden wapen, was voorlopige hechtenis niet toegestaan in de situatie van verdachte. Gezien deze overwegingen wees de rechtbank de vordering tot gevangenhouding af en hief het het bevel tot voorlopige hechtenis op. Verdachte werd tevens verweten minderjarigen in zijn auto te hebben laten rijden, hen te hebben getrakteerd en met hen te hebben gestoeid, maar deze gedragingen waren niet strafbaar in de context van de vordering.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gevangenhouding af wegens onvoldoende bewijs en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.