ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ2019
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- C.F. de Lemos Benvindo
- R. Raat
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning lunchroom wegens relatie met drugshandel en witwassen
Eiseres exploiteerde een lunchroom waarvan de exploitatievergunning door verweerder werd ingetrokken op grond van de Wet Bibob. Verweerder baseerde dit op adviezen van het Landelijk Bureau Bibob en informatie waaruit bleek dat twee personen, met wie eiseres in een zakelijk samenwerkingsverband stond, strafbare feiten hadden gepleegd die verband hielden met drugshandel en witwassen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk mocht achten dat deze strafbare feiten waren gepleegd en dat eiseres met deze personen een zakelijke relatie had, onder meer door financiering en een terugkoopbeding in de huurovereenkomst. De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat zij zelf niet in aanraking was geweest met politie en dat de intrekking disproportioneel was.
Daarnaast stelde eiseres dat de redelijke termijn in de bestuursprocedure was overschreden. De rechtbank stelde vast dat de totale procedure ruim vier jaar duurde, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekende. Verweerder werd veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 1.500,-. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning wordt bevestigd en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.