Uitspraak
200705100/1), kan informatie uit de registers van een Criminele Inlichtingen Eenheid slechts in combinatie met andere feiten en omstandigheden die in dezelfde richting wijzen een vermoeden opleveren voor ernstig gevaar.
Raad van State
Appellanten sub 1, de burgemeester van Amsterdam en het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum, weigerden op 1 juni 2007 aan appellante sub 2 een exploitatievergunning en een vergunning krachtens de Drank- en Horecawet te verlenen voor een bar en restaurant. Deze weigering werd gebaseerd op een advies van het Bureau Bibob, dat ernstig gevaar zag dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het witwassen van uit strafbare feiten verkregen voordelen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van appellante sub 2 gegrond en vernietigde de besluiten, omdat zij vond dat het gevaar onvoldoende was aangetoond en dat het onderzoek naar de financiering door het Instituut Financieel Onderzoek onvoldoende was betrokken. Zowel appellanten sub 1 als appellante sub 2 stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het advies van het Bureau Bibob rechtmatig was uitgebracht en dat de burgemeester en het dagelijks bestuur op grond daarvan mochten besluiten. De informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid en eerdere veroordelingen van een zakelijk samenwerkingsverband wezen op een voortgezet betrokkenheid bij drugsdelicten en daarmee op een ernstig gevaar. Het rapport van het IFO kon dit niet weerleggen omdat het gebaseerd was op niet-geverifieerde gegevens en zich beperkte tot de financiering in het verleden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van appellanten sub 1 gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van appellante sub 2 ongegrond. De besluiten van 21 en 22 april 2009, waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard, werden eveneens vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de burgemeester en het dagelijks bestuur gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van appellante sub 2 ongegrond.