ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingezetenschap voor AOW-verzekering bij studie en verblijf in Nederland
Eiser, een Duitse student die sinds september 1998 in Nederland studeert, vordert dat hij vanaf zijn aankomst in Nederland verzekerd wordt voor de AOW. Verweerder heeft de verzekeringsperiode vastgesteld vanaf het moment dat eiser in Nederland is gaan werken, 9 maart 1999.
De rechtbank beoordeelt of eiser in de periode van 1 augustus 1998 tot en met 8 maart 1999 als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt. Hierbij wordt het arrest van de Hoge Raad van 21 januari 2011 betrokken, waarin is vastgesteld dat voor het begrip ingezetenschap niet alleen juridische, economische of sociale bindingen relevant zijn, maar een duurzame persoonlijke band met Nederland vereist is.
De rechtbank stelt vast dat studeren en de keuze voor een studieplaats vanwege een vriendin onvoldoende zijn om direct ingezetenschap aan te nemen. De band met Nederland wordt geleidelijk opgebouwd en eiser had in de betwiste periode nog geen duurzame persoonlijke band. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen ingezetenschap bestond in de betwiste periode.