ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3861
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsgeschil inzake beslissing kinderopvangtoeslag door college van B&W Amsterdam
Eiseres, een alleenstaande moeder met een bijstandsuitkering, vroeg een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang voor vijf dagen per week. Het college van burgemeester en wethouders kende slechts een vergoeding toe voor twee ochtenden per week en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. Eiseres stelde dat het college niet bevoegd was om op haar aanvraag te beslissen.
De rechtbank onderzocht de wettelijke kaders, waaronder de Wet kinderopvang en de Verordening op de stadsdelen. Uit de bepalingen bleek dat het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd was tot het nemen van besluiten over aanvragen van ouders die onder artikel 6, lid 1, sub a van de Wet kinderopvang vallen, zoals eiseres.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en verklaart dat het college niet bevoegd is om te beslissen op de aanvraag. Tevens veroordeelde de rechtbank het college tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college van burgemeester en wethouders is niet bevoegd om op de aanvraag kinderopvangtoeslag te beslissen.